Vandaag waren Mr. An, Dr. Hung en ik op bezoek in het grootste revalidatiecentrum van Noord-Vietnam. We kregen een uitgebreide rondleiding van de directeur (tevens revalidatie-arts). Heel eerlijk mijn eerste gevoel? Wat een puinhoop en wat weinig middelen. De revalidatieruimte leek wel een opslagkamer van ‘op sterven-na-dood’ hulpstukken, de speeltuin lag er verwaarloosd bij en het ergste was het zaaltje met ‘agent orange/dioxine’ slachtoffers. Tijdens de Vietnamoorlog werden 72 miljoen liter chemische ontbladeringsmiddelen over Vietnam gesproeid, waarvan circa de helft Agent Orange, met als werkzaam bestanddeel dioxine, de giftigste stof ter wereld. Nu, drie generaties later, komen nog steeds mismaakte kinderen ter wereld of worden er kinderen ernstig vergiftigd omdat de moeder de dioxine via de moedermelk doorgeeft aan haar in aanleg gezonde baby. En wat dat betekent zag ik vandaag. Van die kinderen kan ik toch echt niet meer zeggen dan dat ‘het ademt’ en ‘het hart klopt’. Een moeder van drie van deze kinderen had ze hier achtergelaten en kwam niet meer op bezoek.
Maar als je beter gaat kijken, je laat voorlichten, dan word je vanzelf milder. Het is zo makkelijk om als buitenstaander te zien ‘wat er allemaal niet deugt en ‘beter kan’, maar zinvoller is het om open te staan voor wat er met weinig middelen allemaal wél gebeurt. Iedere dag worden de kinderen waar mogelijk door fysiotherapeuten getraind. De parallel bar is weliswaar scheefgezakt, in de oefenmatten zitten grote gaten, en sommige oefenmaterialen konden volgens mij zó naar een museum, maar toch. Tussen de middag stond er voor alle kinderen die zelf (of met een beetje hulp) konden eten een voedzame warme maaltijd klaar, bereid door volwassenen die hun ouders hebben verloren in de oorlog.
En de lichamelijk gehandicapte kinderen, of kinderen met een visuele beperking (of blind), slechthorende kinderen (of doof) en kinderen met het downsyndroom krijgen ook ‘vocational training’: leren een praktisch vak. Voor later. Ik kijk rond in de klas waar ze met naaimachines in de weer zijn. Wat doen ze dat netjes! Ze maken een beetje saaie oefenmaterialen en ik heb ter plekke een idee. Hoe zouden deze kinderen het vinden om voor ons medische team (10 chirurgen inmiddels) de operatiepakken te ontwerpen? Inclusief een logo? An en Dr. Hung lopen gelukkig heel snel warm voor het plan. Dus zitten we even later met z’n allen te schetsen. Welke kleur? Ik wil niet van die enge donkergroene pakken, dat vinden de kinderen die straks geopereerd gaan worden angstaanjagend. We kiezen gezamelijk voor een vrolijke helblauwe kleur. De hele groep kinderen gaat er de komende week aan werken en vóór de operaties – daar zijn ze van overtuigd – kan ik ze komen halen. Twintig gloednieuwe helderblauwe operatiepakken (twee per chirurg), gemaakt door onze doelgroep, maar dan op een andere plek. In opdracht en voor de artsen, dat vonden ze wel stoer…
Na heel wat uurtjes praten hebben we belangrijke afspraken gemaakt: het personeel dat straks in ons revalidatiecentrum in Lai Chau gaat werken, krijgt hier een intensieve training. Van artsen, fysiotherapeuten, onderwijzers en andere betrokkenen met jarenlange ervaring in dit vak.

Een paar dagen geleden zie ik – moet ik tot mijn schande bekennen – voor het eerst van mijn leven braille van dichtbij … het speciaal voor blinden ontwikkelde lees- en schrijfalfabet. Heb het aangeraakt, terwijl een blinde jongen me in haperend Engels probeert duidelijk te maken hoe het werkt, moeilijk hoor! Het hoofd van de school beheerst braille én gebarentaal. We zijn die dag in Thai Nguyen, een paar uur rijden ten Noorden van Hanoi. Ook een gespecialiseerde instelling: onderwijs aan gehandicapte kinderen.
| View Show | Create Your Own
Ook hier hebben we ons weer laten adviseren en inspireren. Het is een uitdaging en spannend om dit hele proces mee te maken. Om op zoek te gaan naar beschikbare kennis en middelen, om vorm te geven aan je eigen project, om je te laten sturen door deskundigen. Ook in dit gespecialiseerde centrum krijgen ‘onze mensen’ straks een interne training van een paar weken. En gaan ze ons begeleiden in de aanschaf van (speciaal ontwikkelde) leermiddelen. Want ja, gelukkig is er veel beschikbaar in Vietnam.
Als ik – nat van het zweet – mijn hotelletje weer binnenloop na deze intense dag, en van een strálende Vietnamees hoor dat er geen water is – ‘Very sorry madam. Maybe tomorrow. Maybe not‘. – laat ik dat maar gelaten over me heen komen. Had me zó verheugd op een koele douche, dat wel… En tot nu toe, inmiddels de volgende dag, is het nog steeds maybe not …

De kussens uit Vietnam zijn aangekomen! Zie 

