GEBALDE VUISTJES
Is hardlopen in Hong Kong al een feest, in Hanoi is het zo mogelijk nóg leuker. Om 6:00 ‘s ochtends ben ik te vinden rondom Hoan Kiem, een groot meer in de stad. En ik niet alleen. Ik deel de ochtend met een heleboel, met name oudere vrouwtjes. Vrouwtjes, want ze zijn klein en dragen kleine pyama’s met bloemetjes en doen oefeningen om fit te blijven. Ik zie een groepje van rond de twaalf in een kring staan, allemaal licht gebogen, en allemaal roffelen ze met gebalde vuistjes op de onderrug van hun voorganger. Massage. En maar kwekken! Verderop zit een vrouw gehurkt bij een kleine cassetterecorder. Een moment later staat een grote groep prachtige, vertraagde bewegingen te maken (Tai Chi) waarbij ze beter op één been balanceren dan ik zou kunnen. Krakende Vietnamese muziek geeft aan wanneer er van houding veranderd moet worden. Een rand van een plantenbak wordt keurig bedekt met oude kranten en een jonge vrouw gaat erop liggen om haar buikspieroefeningen te doen. En zoals iedere ochtend kom ik haar weer tegen, een oude grijze vrouw in pyama die het hele rondje rondom het meer achterstevoren aflegt… een beetje dribbelend, geconcentreerd. Ik moet veel gaten in het plaveisel zien te ontwijken, en mensen, en bananenverkopers, manden met kleefrijst en andere obstakels. Je zou zeggen dat ik daardoor langzaam loop, maar volgens mijn ipod liep ik gisteren nog een ‘best for the mile‘ ook. Zal wel komen omdat je bij deze temperaturen meteen warme spieren hebt!
IN DE MODDER MET EEN SYNTHETISCHE PANTY
Ga er maar even voor zitten, dit wordt een lang verhaal. Want er is veel belangrijks te vertellen. Ik ben nu in Hanoi aan het bijkomen van een paar intensieve weken in de bergen van Lai Chau, het uiterste noordwesten van Vietnam, pal op de Chinese grens. We reisden van kleine lokale ziekenhuizen naar afgelegen ‘health centres’ en hebben er 720 kinderen (medisch) gescreend. Deze screening (door Stichting Duniya gefinancierd) had 3 hoofddoelen:
- Onderzoeken welke kinderen in aanmerking komen voor ons geplande revalidatiecentrum (en project);
- Onderzoeken welke kinderen nog baat kunnen hebben bij een operatie aan een lichamelijke handicap;
- Kinderen die eerder geopereerd zijn, checken: is de operatie geslaagd? Moet er nog meer gebeuren?
De belangrijkste mensen uit ons team zijn Mr. Dong An, coördinator van de organisatie CII en de man die deze screening organiseerde. En reken maar dat dat een hele klus is! Sommige families wonen zo afgelegen dat er heel wat in werking gesteld moet worden om ze te bereiken. Dr. Hung is een ervaren orthopeed met een enorme staat van dienst als opererend arts. Verder reizen o.a. mee: Dr. Khanh (oogarts), Dr. Hieu (oorarts) en Mrs. Lien (hoofd van een school voor ‘special education’, één van de adviseurs voor ons revalidatiecentrum). We hebben een gehuurd busje dat tijdens onze reis haar 20ste verjaardag viert en zich kranig weert op de vaak superslechte wegen die gaan komen.
Soms doen we 5 uur over een rit van 50 kilometer. Enorme regenbuien hebben de wegen bijna onbegaanbaar gemaakt. Iedere ochtend wegen we af of het veilig genoeg is om te rijden, en een deel van de route hebben we een extra auto voor ons rijden: een four wheel drive die in noodgevallen voldoende trekkracht heeft om ons uit de kuilen of modder te trekken. En dat blijkt nodig!


Heel regelmatig moeten we stoppen omdat ons busje niet op eigen kracht uit de prut komt. Zowel uit onze auto als uit de four wheel drive voor ons, steekt iedereen meteen zijn handen uit de mouwen. Chauffeur of orthopeed? Sokken uit en in de modder! Man of vrouw? Sokken uit en in de modder! Om daarna allemaal een shirt of sokken te wassen in een beekje langs de weg. Wat een verademing is dit toch na India… gewoon gelijken onder elkaar. En hoe moe we ook zijn, hoe benauwd het ook is (free sauna, roept An regelmatig), de stemming blijft goed. Dat blijf ik ook nu weer zo opvallend vinden. ‘Kan niet’ en ‘rothumeur want moe’ komt hier gewoon niet in de woordenboeken voor. Ik heb zelden mensen meegemaakt die zo ‘oplossingsgericht’ zijn en zo vooruit kijken. Werkelijk fantastisch om mee samen te reizen en te werken.
Mocht je al enige gene hebben over plassen in de berm, dan moet je dat in deze omgeving meteen overboord kunnen zetten want er is domweg geen andere optie. En ook niet altijd een ‘schuilplek’ met een ravijn aan de ene kant en een rotspartij aan de andere kant. Dus zitten Mrs. Lien en ik vrolijk naast elkaar te plassen en zie ik tot mijn ontzetting dat ze een dikke synthetische panty aanheeft en aanhoudt, bij bijna 40 graden. En elegante hakschoenen… Je kunt trouwens beter langs de kant van de weg plassen dan in veel ‘lokale restaurants’. Aan het eind van de reis, ik ben dan alleen nog met Mr. An en Dr. Hung op pad naar heel afgelegen dorpjes (daarover zo meer) stoppen we een keer in een restaurantje langs de weg. Het ziet er, laten we zeggen, nogal ‘vies’ uit, maar er is niets anders en we moeten eten. Zo midden in een dorpje is nou niet het moment om langs de weg door je knieën te gaan, dus toch maar het toilet: een stukje van 80 vierkante cm, grenzend aan een werkelijk enorm smerig keukentje waar een vrouw op de grond vlees en groente zit te hakken. Ik stap over haar heen, het hoekje om en denk ‘één-twee-drie-in godsnaam’. Na al die groene thee onderweg heb ik geen keuze. Alles wat de kokende vrouw aan ongebruikte vleesresten heeft, zoals wat stukken darm en vacht, heeft ze een slinger gegeven en liggen zo ongeveer waar ik moet knielen voor het gat in de grond. In dit mini-hurk-wc hoekje, zitten levende puppy’s vast aan een touw. Grote angstogen als ik er overheen stap en probeer een plas te doen. Ik moet letterlijk die puppy’s zien te ontwijken. Gaan ze jullie opeten? Ik heb mijn gedachten maar even stopgezet. Na de lunch – ik heb werkelijk geen idee wat het was en ik wil het niet weten ook – kijkt Mr. An me aan en zegt dat hij zo blij is dat ik zo ‘flexible’ ben. Ja, An, ik ben degene die erop aangedrongen heeft dat we de kinderen ook in hun woonomgeving gaan opzoeken. Dan mag ik nu niet klagen…
Eén keer gaat het mis met de auto. We zitten niet in ons busje, maar bewust in de four wheel drive. We dalen af, weer over zo’n modderpad en plotseling raakt de auto in een slip, draait helemaal om, raakt met een klap van de weg en voor we het weten liggen we over elkaar in een helemaal scheefgezakte auto. We hebben enorm veel geluk gehad: links van ons is een oneindig ravijn, we raken rechts van de weg. ‘s Avonds heb ik een helemaal opgezette rug en donkerblauwe heup en vraag ik me af of we toch niet teveel risiko nemen. Ik bedoel, ik wil dit heel graag, maar is het niet toch te gevaarlijk? Die weg? Niemand is echt gewond en we praten erover tijdens het ontbijt, de volgende ochtend. We besluiten gezamelijk één bepaald stuk niet te rijden, maar de rest door te zetten mits het weer droog blijft. We zijn het allemaal eens. Ik voel een paar dagen werkelijk iedere hobbel, maar dan ben ik weer fit.


Wij hebben er soms erg lang over gedaan om een afgelegen gezondheidscentrum te bereiken, dat geldt helemaal voor de ouders en kinderen die ons dan staan op te wachten. Sommigen huurden een brommer en komen met de hele familie op zo’n ding over diezelfde slechte wegen, anderen komen te voet, buideltjes kleding en eten aan stokken, kinderen in draagdoeken. Samen met de werknemers van het centrum zetten we een tafel buiten in de schaduw, leggen de registratieformulieren klaar, maken een plek voor Dr. Hung en de andere artsen en een dikke haag mensen kijkt nieuwsgierig mee. En ook hier, iedereen blijft vriendelijk en opgewekt, óók als ze uren of dagen hebben gereisd in omstandigheden die zwaarder waren dan de onze en hier nog eens uren moeten wachten met soms angstig huilende of zieke kinderen. In heb een grote bewondering voor deze mensen. Vietnam is een heel bijzonder land.



Je hebt hier geen ponskaartjes of andere vorm van medische registratie, dus moet er met een zo efficiënt mogelijk systeem gewerkt worden om in een zo kort mogelijk tijd een goede registratie te bewerkstelligen. En dat gaat als volgt: ieder te onderzoeken kind komt eerst met een ouder of verzorger bij Mr. An. Hij vraagt globaal naar het probleem, maakt een foto van het kind samen met een papier waarop naam, leeftijd en dorp vermeld staan, én neemt daarna een detailfoto van de reden van het bezoek: een hazenlip, problemen van urologische aard, vergroeiingen, brandwonden, oogafwijkingen, gehoorproblemen etc. Mr. An stuurt vervolgens door naar één van de artsen die het kind verder onderzoekt. Dit alles gebeurt steeds te midden van een dikke haag mensen, maar daar kijkt hier niemand van op. Oudere kinderen die zich ergens voor schamen worden wel even apart genomen, maar verder is er geen sprake van privacy en lijkt dat ook niet gemist te worden. De artsen beoordelen vervolgens wat er moet of kan gebeuren: (nog) een operatie? Een plek in ons revalidatiecentrum, straks? Een prothese of ander hulpstuk? De eerste bevindingen van de artsen worden ter plekke op twee laptops ingevoerd, door jongens werkzaam bij de lokale Communistische Partij.




Ik zie veel kinderen, deze dagen. Sommigen herken ik nog goed uit 2007, toen ik bij hun operaties was. Zoals het meisje dat toen niet kon staan en nu, nog wel met hulp van bamboestokken, op eigen kracht aan komt lopen. Het kost haar veel inspanning, haar gezicht heeft een vertrokken grimas en het zweet biggelt langs haar slapen, maar ze doet het! Om haar heen de artsen, tientallen dorpelingen met weer nieuwe patientjes in draagdoeken of zich verschuilend tussen kleurrijke moederrokken. Dr. Hung is nog niet tevreden. Hij laat haar bepaalde bewegingen uitvoeren, maakt notities, voelt, altijd en overal de rust zelve, die man. En altijd aardig voor ouders en kinderen (wat een verschil met India!). Ik herken ook de jonge Dzao moeder die in 2007 zo verdrietig was toen haar baby met hazenlip meegenomen werd naar de operatiekamer. Wat is het mooi geworden, dat gezichtje!
Er komt een moeder het pleintje op lopen. Half op haar rug hangend zeult ze een grote zoon mee. Ik schat hem een jaar of 16 en hij is groter dan de moeder. Hij kan niets zelf. Niet lopen, niet zitten, zijn hoofd niet rechtop houden, hij kwijlt, hij zweet, hij sleept. Ze zet de jongen neer op een stoel, voor Mr. An. Ze moet hem blijven ondersteunen, anders valt hij uit de stoel. An vraagt de moeder van alles. De moeder antwoordt, aait de zoon af en toe over zijn hoofd, terwijl ze hoopvol naar An kijkt. Ik denk echt dat ze denkt dat wij hem met een operatie en pillen beter kunnen maken. Ik zie hoe de jongen met zijn ogen het gesprek volgt. Van zijn moeder naar An en terug. Ik kan het gesprek niet volgen (Vietnamees), maar vraag An na een poosje of hij mij een ‘favour’ wil doen. Wil je proberen het gesprek met de jongen zélf te voeren? An kijkt me eerst niet-begrijpend aan maar richt dan het woord rechtstreeks tot de jongen. Er gebeurt precies wat ik dacht: de jongen heeft zeer veel moeite met het ‘maken van woorden’, maar hij begrijpt, hij communiceert, hij geeft antwoord op vragen die over zijn leven, zijn lichaam, zijn toekomst gaan. Hij wordt betrokken. Gekend.
Dit voorval illustreert iets wat ik heel moeilijk vind hier, en waar we in de toekomst, in ons centrum veel mee te maken gaan krijgen. Heel veel kinderen krijgen hier het label CP (cerebrale parese, hersenverlamming). Maar die groep is heel groot en de uitingen van wat ze hier allemaal CP noemen zijn heel verschillend. Ik ben geen arts (helaas! denk ik hier zó vaak), maar met een beetje gezond verstand en goed kijken kun je zien dat hier heel gauw gevonden wordt dat een kind met CP zo ongeveer ‘niks kan’. Door de ouders, maar toch ook door hulpverleners. Dat geldt ook voor blinde kinderen, trouwens. Ik heb afschuwelijk schrijnende situaties meegemaakt. Een jonge, gescheiden moeder die om 6:30 naar haar werk (moet) gaan, haar zoon (CP, 13 jaar) kan helemaal niets lichamelijks op eigen kracht. Hij wordt in een donker hol onder en klamboe gelegd. Om 12:00 uur komt ze snel thuis om hem te helpen zich te ontlasten. Daarna moet ze weer naar haar werk en om 19:00 is ze weer thuis. Voert ze hem. Wast ze hem. Dag in dag uit ligt die jongen hele dagen in het donker onder een klamboe. Alleen. Totaal alleen. Je kunt het die moeder niet kwalijk nemen. Zij kan hier geen aanspraak maken op een uitkering en geen werk betekent geen eten. Er er is geen revalidatiecentrum. Opvangcentrum. Niets! Vandaar ons project in deze regio. Van één of andere lokale organisatie heeft ze een rolstoel gekregen. Maar daar heeft deze jongen niets aan: zijn hoofd klapt steeds over de rand. Hij moet een aangepaste stoel met o.a. hoofdsteunen hebben. Dr. Hung, An en ik zijn hem thuis gaan opzoeken en hij is één van de kinderen die straks in ons centrum komt wonen. Hij was erg aanspreekbaar. Zijn hoofd ‘doet het wel’. Met de juiste stimulering denk ik dat hij zoveel beter af is… Ik kreeg een hand van hem. Een uitgestrekte arm die hij maar een klein stukje zelf kon optillen, maar hij wil zo graag, die jongen. Zijn ogen willen zo graag. Hier had ik het heel moeilijk mee.
Wij zullen personeel heel goed moeten (laten) opleiden om ze te laten inzien dat een handicap niet betekent dat je een plant bent. Ook niet als die handicap heel ernstig is. En wat ik merk is dat ook in de (lokale) gezondheidscentra al gauw gedacht wordt dat het ‘einde verhaal is’…
Nog één voorbeeld, over dit meisje:

Ook zij wordt binnengedragen door haar vader en zit op de grond lange tijd voor zich uit te staren, rond te kijken, niemand praat met haar, leidt haar af, doet iets. Op een gegeven moment probeer ik haar een knalgele ballon te geven. Ze weet niet wat ze moet doen, weet niet hoe ze hem aan moet pakken. Ik gooi hem omhoog, vang hem zelf, gooi hem naar haar, geen reactie. Heel lang volgehouden. Haar laten voelen, haar handen gepakt. Vader maakt gebaren van ‘lukt nooit’. Dan, na een hele tijd, pakt ze hem heel voorzichtig vast. Na een nog langere tijd, ik denk twee uur later, gooien we over. Rent ze onhandig struikelend over het plein en probeert de ballon te vangen die door de warme wind steeds verder rolt. Ze moet ook lachen. Praat niet, maar zoekt contact met me, met haar ogen. Ook zo’n kind: als je nooit gestimuleerd wordt, hoe moet je dan groeien? Ze heeft nog nooit gesproken, maar wat zou ze allemaal kunnen leren? Ook op haar papier stond CP.

Er komen ook ouders met kinderen waar we écht niets aan kunnen doen. Kinderen met een (extreem groot) waterhoofd (overmatige hoeveelheid hersenvocht), bijvoorbeeld. De artsen die voor ons werken durven een drain niet aan, in dit stadium. Het is vorig jaar één keer bij een kindje geprobeerd, in het ziekenhuis in Hanoi, maar dat is niet goed afgelopen. Deze ouders moeten we teleurstellen en daar wen je ook nooit aan. Ook zij komen namelijk in de hoop dat de ‘dokters uit Hanoi’ een oplossing hebben. Zoals de moeder van 15 die op haar 12de een kindje met een waterhoofd kreeg. Ze komt nu voor het eerst bij een arts. Of de jonge vader die twee dagen gereisd heeft om ons te bereiken. Medisch kunnen we niets doen, maar we proberen de families wel op een andere manier te ondersteunen en op welke manier, dat bepalen we ter plekke, individueel. Deze mensen zijn bijvoorbeeld erg geholpen met de aanschaf van een buffel (om ingehuurd te kunnen worden om ook elders land te bewerken) en de ander met de aanschaf van twee varkens (om te gaan fokken). Dit zijn ‘direct support’ uitgaven die Duniya ook doet. We moeten bij Duniya een noodfonds gaan oprichten waarmee we in uitzonderlijke gevallen onmiddellijk iets kunnen regelen.

WODKA EN WODKA…
Onze dagen beginnen altijd vroeg, zeer vroeg, omdat we op de dag van screenen ook moeten reizen. En omdat we dus steeds weer op nieuwe plekken zijn, komen we er niet onderuit om ook steeds weer met de lokale mensen van ‘De Partij’ en de directeuren van de gezondheidscentra te lunchen en avondeten. We zitten in de gekste stalletjes en altijd, zonder ook maar één uitzondering, komt daar wodka aan te pas. Ook daar kom je in deze regio niet onderuit. Het is echt geen wonder dat ik vloeiend kan proosten in het Vietnamees. Mijn trucjes hebben ze snel door (nippen en niet drinken of je glaasje met water vullen). Ik moet en zal. Ik ben me zeer bewust van het belang van goeie contacten hier, van de medewerking van onze tafelgenoten die zo noodzakelijk is voor onze verdere samenwerking, voor contracten en de voortgang van ons project. Dus ik proost en ik eet en ik eet en ik proost. Meer dan op vorige reizen vind ik het eten … laten we zeggen ‘apart’, vooral op weg naar de afgelegen dorpjes. Het is ingewanden en vlees wat de klok slaat. Darmen en pezen en gefrituurde maden (zo gezond!) en stukken kip die er volgens mij al een paar weken liggen. Maar ook kikkers, of een omelet van vooral viseieren. Die wodka kwam me niet zelden toch wel goed uit. Want als ‘speciale gast’ en bovendien de ‘donor van dit alles’ nam ik natuurlijk een speciaal plekje in aan tafel. En wil iedereen je op die lieve Vietnamese manier verwennen. Dus hup! Nog een pees! Nog een made! Ja, en dan toch maar even slikken en spoelen… met die wodka. Gelukkig is er ook rijst, en tofu en een groentebouillon. Ik neem me ter plekke voor om in Nederland een flinke periode vegetarisch te eten. In deze regio is er trouwens ook wodka bij het ontbijt. Maar daar doet niemand van ons aan mee. Want ontbijten, dat doen we gelukkig met ons eigen team, en bestaat altijd uit pho bo, noedelsoep met rundvlees.


AAP MET OPIUM
Onderweg stoppen we af en toe om de benen te strekken, om de auto uit de modder te sleuren of om een kopje groene thee te drinken bij een ‘wegrestaurantje’ (een bamboehokje in de berm). Vaak kleurrijke plaatsen met weer alleraardigste mensen waarvan je je afvraagt hoe ze er leven. Op één van die stops, om precies te zijn bij het restaurantje op de foto’s hieronder, kreeg ik ‘iets donkerbruins’ van Dr. Hung, de orthopeed van ons team. Met hem kan ik het heel goed vinden, ondanks het feit dat hij anderhalf woord Engels spreekt en ik anderhalf woord Vietnamees (worden er wel dagelijks meer, trouwens!). Hij is de enige die doorheeft dat al die pezen me af en toe teveel worden en veel later blijkt dat ook hij de groente mist. Met een taalgidsje en gebaren komen we een heel eind. Afijn, die Dr. Hung kocht iets donkerbruins en gaf me daar wat van. ‘Very good for women’, wist hij nog wel duidelijk te maken. Dat het erg duur was zag ik ook, voor Vietnamese begrippen dan. Ach, denk ik nog, een goeie arts… zo gek kan het niet zijn. Later vraag ik toch maar eens aan An wat ik nou eigenlijk op heb. Bloedserieus legt hij me uit dat het aap is met opium. Heel goed voor vrouwen. Hoezo voor vrouwen? Gewoon, voor vrouwen. Je moet wél de aap zonder staart hebben en deze moet 7 hele dagen koken, want dan worden zelfs de botten zacht en die zitten er dus ook doorheen. Goed. Vanaf nu dus ook niet zomaar iets aannemen van een arts! Zowel Dr. Hung kocht het goedje voor zijn vrouw (ook een arts), als Mrs. Lien voor zichzelf. En nóg is me niet duidelijk waar het nou zo goed voor is. Het valt me trouwens vaak op dat al deze artsen bij ‘eigen problemen’ toch voor ‘traditionele middelen’ kiezen. Allemaal. Daar hebben ze een rotsvast vertrouwen in.

NAAR QUANG EN MA A SA
Nog voor deze reis, in Nederland, had ik aan Mr. An gevraagd of het mogelijk zou zijn om een aantal kinderen in hun eigen huizen te bezoeken. Ik wilde graag wat kinderen uit vorige ‘operatierondes’ bezoeken en kijken hoe het ze nu vergaat, maar ook kinderen die bijvoorbeeld straks in ons centrum komen wonen of behandeld zullen worden. Hoe wonen ze nu? Hoe leven ze en hoe zien hun dagen eruit? Ik wil niet alleen vertegenwoordiger van ‘ de sponsor’ (Stichting Duniya) zijn, maar ook betrokken zjn, wéten waar dit allemaal over gaat en waarom het zo belangrijk is. An had gemaild dat we samen naar de dorpen zouden reizen en dat de lokale politieke partij akkoord was (Zonder toestemming kun je binnen dit communistische systeem niets. We móeten binnen de kaders werken.). De rest van het screening team gaat terug naar Hanoi en wij blijven achter.
Dr. Hung geeft op het allerlaatst aan ook mee te willen. Ook hij is benieuwd naar ‘his patients’. Daar ben ik blij om, want niet alleen geeft het weer zijn betrokkenheid aan, hij is de enige die natuurlijk goed kan beoordelen of een operatie geslaagd is of niet. Met zijn drieën blijven we achter en maken een plan. De eerste avond logeren we nog in Lai Chau stad (de Provincie heet ook Lai Chau, het is – zo wordt algemeen gezegd – de armste provincie van het land). We eten met de staf van het weeshuis, het gebouw waar later ons revalidatieproject gevestigd zal worden, er is ruimte genoeg. Er wonen nu 30 weeskinderen en die blijven er ook, maar er is ruimte voor veel meer kinderen. Hulpbehoevende kinderen in dit geval.

We maken een lange autorit naar Quang, een meisje van nu 16. Als baby rolde ze in het vuur en hield daar zeer ernstige brandwonden aan over. De helft van haar hoofd is ook kaal. Ze onderging de afgelopen jaren vijf operaties, om haar handen te herstellen, maar ook om te proberen haar haar weer te laten groeien (deze laatste operatie werd in Hanoi uitgevoerd en was helaas niet succesvol). Quang kon haar handen niet gebruiken en niet op het land werken. Nu beklim ik een hoge berg met haar. Hoorde ik gisterenavond de harde knallen van het onweer? Dat is het teken dat de stokjes cassave de grond in moeten. Het zal gaan regenen en over 15 dagen komen de eerste groene kopjes boven de grond. Samen met haar twee zusjes bewerkt Quang nu een grote kale berg. Vandaag nog gaat de cassave de grond in. Die avond regent en onweert het keihard. Quang gebruikt haar beide handen weer.


Ook bezoeken we Ma A Sa, een Black H’Mong jongen die in 2007 geopereerd werd aan een ‘dubbele hazenlip’. Ik was in 2007 aanwezig bij zijn operatie en bezocht hem al meerdere keren in zijn dorp. Hij herstelde mooi, maar het gezin had het heel zwaar. Nauwelijks inkomsten, wonen in een bouwval, ernstige armoede. Duniya heeft ze in 2007 geholpen met de aanschaf van een buffel. Ze kochten een jonge buffel (goedkoper) zodat ze er ook een varken bij konden aanschaffen. Nu, afgelopen week, bezochten we het gezin onaangekondigd. Door de dikke mist klimmen we naar hun dorp en komen de vader tegen, met een prachtig verzorgde buffel bewerkt hij het land. Zijn inkomsten zijn aanmerkelijk toegenomen, zo vertelt hij ons bij zijn huis. We zien ook verschillende verbeteringen: het huis in opgeknapt, een nieuw afdak, een stal voor de buffel. Ma A Sa ziet er goed uit, lacht met een vriendje en helpt zijn vader op het land. We helpen het gezin nog één keer met de aanschaf van (nog) een varken: de vader wil graag gaan fokken. Hij verzekert me dat ik bij mijn volgende bezoek biggen zie rondscharrelen.

VIETNAM OP JE TUINSTOEL?


Omdat we intensief in het gebied van de etnische minderheden reizen, kom ik natuurlijk ook veel prachtig kleurrijk geklede vrouwen, mannen en kinderen tegen. Niet alleen wachtend in de gezondheidspost, maar ook in de dorpen zie je vrouwen borduren. Voor eigen gebruik, maar ook voor de (lokale) handel. Met eindeloos geduld borduren ze broeken, rokken, draagdoeken voor babies, maar ook kussens. Vooral die kussens vind ik mooi. Ze liggen in de huizen van bamboe, of in de paalwoningen en iedereen zit hier op de grond. Op zo’n kussen. Ze gebruiken de mooiste motieven en kleuren. Ik wil er een paar kopen en merk hoe blij de vrouwen daarmee zijn. Ze willen zo graag wat verdienen, maar de afzet in hun eigen omgeving is heel minimaal. We zijn in een dorp waar een aantal vrouwen dit werk vooral doet omdat ze bij hun gehandicapte kind thuis moeten blijven. Werken in de rijstvelden gaat niet, het kind heeft de hele dag aandacht nodig. Ter plekke besluit ik er een aantal te bestellen. Ik ga ze wel in Nederland verkopen. An vertaalt voor me en ik leg de vrouwen uit dat de klanten in Nederland heel kritisch zijn. Ik wijs op wat losse draden en zeg dat dat ‘echt niet kan’. We bepalen wat kleurcombinaties. Ik hou het vooral bij de lokale, traditionele kleuren (veel rood en rose), maar vraag of ze ook wat blauwe ontwerpen willen maken. En we spreken af dat ik eerst voorbeelden wil zien.
Na een paar dagen spreken An, Dr. Hung en ik met de vrouwen af in een bamboe theestalletje langs de hoofdweg. We zijn bang dat ze niet op komen dagen, want het is noodweer. We zitten al een poosje te schuilen met bittere groene thee als er een brommer glibberend en glijdend en slippend de berg af komt rijden. Voorop een vrouw helemaal in plastic zakken gehuld. Achterop een enorme rijstzak met daaromheen weer plastic bescherming tegen de stortregens. Druipend en trots en met een grote glimlach pakt ze haar handel uit. Tien kussens. Ze zijn prachtig. De kleuren, de hengsels (je kunt ze om je schouder meenemen! picknick! Vondelpark!), de afwerking. Voorzichtig vraagt ze of ik ze alle tien wil kopen. Dat had ik allang besloten, maar om die vrouwen een beetje handel te geven is tien kussens onzin. Ik overleg kort met An en Dr. Hung en bestel 100 kussens. Je had het gezicht van die vrouw moeten zien. Ze moest bijna huilen.
Goed, we zijn dus ‘in zaken’. Ik en het afgelegen dorp in de modder. Mooie start: ik heb werkelijk geen idee of mensen in Nederland ze net zo leuk vinden als ik (sorry Hans, dan worden het 100 kussens in onze Bantega tuin, ruimte zat!) en al helemaal niet hoe ik ze vanuit de Lai Chau bergen naar Nederland krijg. Maar als je ziet hoe blij zo’n dorp met de deal is, dan begrijp je ook dat ik het moest doen. We beginnen bij het begin. Hoe zwaar zijn die kussens eigenlijk? Bij een groentewinkel verderop lenen we een weegschaal en Dr. Hung, rustig als altijd, maakt notities. Ongeveer 30 x 30 cm groot, iets minder dan een kilo per stuk. Het vervoer naar Hanoi is geen probleem, zegt An. We huren als ze klaar zijn wel een busje ‘very cheap‘. Daarna zien we dan wel weer. Ik spreek af dat ik de vrouwen de lokale verkoopprijs per kussen betaal (dus níet de lage prijs die ze normaal krijgen als ze ze voor de lokale markt maken). Ik vraag ook geen korting omdat ik veel bestel. Gewoon een goeie prijs, dan hebben ze er wat aan.
Inmiddels ben ik in Hanoi en een stuk verder. Ik krijg straks een document van de Vietnamese overheid waarop staat dat ik geen belasting over deze producten meer hoef te betalen (bij export) omdat ik er rechtstreeks gezinnen met gehandicapte kinderen mee steun. Dagenlang heb ik gebeld en gemaild met bedrijven die naar Nederland vervoeren en schrok erg van de hoge prijzen. Als ik dat moet doorberekenen, worden die kussens veel te duur. Het volume is namelijk veel, dat maakt het een duur transport. Nu heb ik zéér waarschijnlijk een leuke deal kunnen maken: tegen een redelijk tarief mag ik twee kubieke meter ‘huren’ op een schip dat van Haiphong naar Rotterdam vaart. Een ander bedrijfje hier gaat een grote kist voor me timmeren. En weer een ander busje zal gehuurd moeten worden voor het transport Hanoi – Haiphong en dan moet ik nog iemand regelen die me helpt met de douaneformaliteiten. Dit is totaal nieuw terrein voor me, maar eigenlijk wel spannend. Men zegt hier dat ik in Nederland geen belasting meer hoef te betalen. Ik hoop maar dat dat klopt. Mocht ik nu een ‘lezer’ hebben die hier verstand van heeft… hier kan ik wel wat hulp gebruiken.
En natuurlijk hoop ik dat jullie geen zomer-tuin-kussens bij Welkoop of Intratuin kopen maar bij mj! Ik moet nog even gaan uitrekenen wat ze gaan kosten, maar ik schat rond de € 22,50 (ex. verzenden). Ze zijn ongeveer 30 x 30 cm en tussen de 5 en 7 cm dik. Het is helemaal handwerk (handgeborduurd!) (behalve de stiksels van het in elkaar zetten, dat gaat met een trap-naaimachine…). De motieven zijn ‘etnisch’ en bestaan uit de oorspronkelijke, traditionele versieringen van de Flower H’Mong en andere lokale minderheden. De kussens op de foto’s hierboven en onder zijn al heel lang in gebruik en versleten, maar geven een idee (kijk ook rechtsboven aan deze pagina voor een voorbeeld). Ik zit nu al dagen regelmatig op zo’n kussen, hier in mijn kamer aan de laptop, en het geeft niet af. Je moet er natuurlijk niet met vochtige lichte kleding op gaan zitten, want dan garandeer ik niet dat het niet vlekt. Het blijft handwerk, ook het kleuren van de stoffen. Ze zijn perfect voor de tuin, bij de keukentafel, in de caravan, voor een meditatieruimte of als yoga-kussen! Ze hebben een hengsel waardoor je ze makkelijk meeneemt als je gaat picknicken of gaat vissen… Overtuigd? Meer (bestel)details volgen. Er komen er eerst maar 100, dus je kunt vast reserveren of – als je ze eerst wilt zien – straks komen kijken in Bantega.

HUISBEZOEKEN IN LAI CHAU
Het moet een vreemde situatie geweest zijn voor Dr. Hung. Normaal gesproken, als hij niet met ons mobiele team naar de lokale ziekenhuizen reist, ontvangt hij patienten aan huis of in een ziekenhuis (operaties). Nu had ik erop aangedrongen dat we naar de patiëntjes thuis gingen. Hoe wonen ze? Wat betekent het om een handicap te hebben in de bergen van Lai Chau? Als we kinderen straks ook in hun thuissituatie willen gaan helpen, waar moeten we dan op gaan letten? Wat voor impact heeft een gehandicapt kind op de rest van het gezin en kunnen we wat bedenken om ook de thuissituatie te verbeteren? Kortom, de realiteit bekijken. Dat wilde ik. En dus rijden we uren door de modder, maken op culinair gebied weer heel wat mee (!), slapen op wonderlijke plekken en genieten van schitterende landschappen. Als de auto of xe om (gehuurde brommer) niet verder kunnen, gaan we te voet. Mr. An geniet van het buitenzijn na de hectische screening waarin hij echt full-time ‘bezet’ was en honderden dorpelingen om hem heen had, Dr. Hung bedankt me af en toe hijgend en op spottende toon voor mijn rare ideeën (hij is doodmoe van het klimmen), maar vertrouwt me ‘s avonds bij de wodka toe dat hij ‘door mijn enthousiasme’ een deel van Vietnam ziet dat hij niet kent, en geniet.
We ontmoeten ‘het slangenmeisje’ weer. In een afgelegen dorpje van de Dzao minderheid. Toen zij nog een baby was, kwam er een grote cobra het hutje ingeslopen. De vader zag het en ging het beest te lijf. Dat mislukte en de slang kon ontsnappen. ‘s Nachts kwam hij echter terug en beet de baby. Uit wraak, zegt de vader. Ik hoorde precies dezelfde verhalen in India over cobra’s die zich dingen kunnen herinneren… zou het echt kloppen? Het meisje houdt een vergroeide voet aan de beet over. In 2007 wordt haar voet rechtgezet en ik heb haar inmiddels twee keer bezocht. Ze rent, ze speelt, ze gebruikt beide voeten. Als we willen vertrekken is haar moeder nérgens te bekennen. We willen voor de regens afdalen, dus zeggen het meisje haar moeder van ons te groeten. Als we weglopen zien we de moeder verhit achter een varken aanrennen. Ze wil hem vangen maar het lukt niet. Speciaal voor ons wil ze hem ter plekke slachten, een feestmaal in het dorp. We laten het dier rennen…

En zo klimmen en trekken we dagen door de bergen, ontmoeten we (ex) patiëntjes en hun families, bespreken we mogelijkheden voor de toekomst en krijgen we een steeds beter beeld van waar deze families mee te maken hebben op het moment dat één van de kinderen (ernstig) hulpbehoevend is.


HET GROTE MOMENT
En dan, terug in Lai Chau stad, komt hét grote moment: het tekenen van de contracten. Duniya (ik) en de ‘president’ van DOLISA (Department of Labour, Invalids and Social Affairs, verantwoordelijk onderdeel van de Communistische Partij) moeten nu beiden een handtekening onder ons revalidatievoorstel zetten. We hebben het uitgelegd, ze hebben er vragen over gesteld, en – heel belangrijk – leggen zich vast om financieel en organisatorisch bij te dragen. De puntjes worden op de ‘i’ gezet aan een grote glimmende tafel, een borstbeeld van Ho Chi Minh kijkt gemoedelijk toe, partijjongens lopen in en uit en bittere groene thee wordt om de haveklap bijgevuld. Mr. An en ik zijn een beetje zenuwachtig, beetje geïntimideerd door het formele karakter na al dat struinen door de bergen. En Dr. Hung? De rust zelve. Zou hij daar een pilletje voor hebben? Of aap met opium? Oh nee, dat was voor vrouwen. Ik zie een mooie fles Bordeaux staan naast Ho Chi Minh, maar die blijft dicht. Ik moet 100% zeker weer aan de wodka, straks. Als dit nu eerst maar even achter de rug is. Ik moet geconcentreerd blijven… ik zet mijn handtekening straks onder een groot project. Voel me erg verantwoordelijk. We tekenen. Tegelijk. Wisselelen de contracten om. Tekenen weer. Achter ons staan partijleden in het gelid. Dr. Hung knikt me toe. Mis Hans om even met me mee te lezen. We staan op, schudden handen, An fluistert: a dream comes true. En zo is het. Nu moet het alleen nog goedgekeurd worden door de Communistische Partij, het hoogste niveau. Dat komt wel goed.

We krijgen een uurtje om ons op te frissen en moeten dan weer paraat staan voor het etentje met (dezelfde) partijleden. Het belangrijkste etentje tot nu toe, er moeten nog wat zaken voor de komende operaties geregeld worden (zie hieronder) en etentjes zijn daarvoor hét moment. Op het moment dat we het restaurant binnenlopen overvalt het me: straalmisselijk. Niet een beetje. Ik wil vluchten. Ik bedenk al een vluchtroute naar buiten vanuit de eetzaal, maar ook dat plan gaat niet door: de partijbaas regelde een ‘intieme kamer’ voor het etentje. Gesloten. Ingeklemd tussen zo’n 20 mannen. Allemaal even aardig, maar ik kan geen pees, geen darm en geen wodka meer zien. Ik heb het al die weken goed gedaan, maar ik blokkeer volledig. Rustig blijven ademhalen, Mir! Tot overmaat van ramp moeten er details van een aantal operaties besproken worden over pezen terwijl er pezen opgediend worden (waar je welke operatie mag uitvoeren is nl. heel ingewikkeld. Voor operaties die betrekking hebben op botten moeten we straks naar een andere plek dan ‘alleen maar pezen’ operaties, zie hieronder). Ik kan niet meer en wil weg. De partijvoorzitter gaat staan en wil een formele proost met ‘de donor’. Laat me met rust! Ga weg! Maar ik sta op, wens hem een ‘goede-gezondheid-in-het-Vietnamees’ en daarna wil de secretary, de driver, de vice-president, de verantwoordelijke van de ‘health department‘, de…. En ik krijg vlees, en vlees, en pees, en een garnaal, en oude kip… en ik ben straalmisselijk en heb geen vluchtmogelijkheid. Ik laat mijn bakje overvol worden en leg mijn stokjes er demonstratief overheen. Stop! Ik probeer heel meditatief te zijn, rustig te blijven en het uit te zingen tot op mijn kamer. Goddank. Dat lukt. Ik heb het niet verziekt en niemand heeft wat gemerkt.
189 OPERATIES …
Tijdens de screening van 720 kinderen, zijn er 189 kinderen langsgeweest waar een operatie op korte termijn noodzakelijk en/of wenselijk is. Dit betreft kinderen met (ernstige) brandwonden, een hazenlip, vergroeiïngen. Dit zijn er – eerlijk gezegd – meer dan we verwacht hadden (er zijn namelijk al honderden kinderen geopereerd in deze regio). Maar uit de kleinste, meest afgelegen dorpen komen de mensen toch weer aan met hun kinderen… En zeg maar eens ‘nee’ tegen een klein jongetje die zijn mond niet meer dicht kan doen, al jaren niet, als gevolg van slecht geheelde brandwonden, of tegen een meisje dat haar handen niet kan gebruiken (ook brandwonden), of een kind met een ernstige hazenlip. Of een klein meisje waarvan de darmen onder de huid buiten de buikwand uitpuilen, of een jongetje van een jaar of acht, met een heel erg groot scrotum omdat als gevolg van een indirecte liesbreuk de breukinhoud in het scrotum terechtkomt (zo begreep ik het tenminste van Dr. Hung). Ik heb het allemaal voorbij zien komen en bij 189 kinderen kunnen we er wat aan gaan doen. En gáán we er wat aan doen, over twee weken al! We hebben twee medische teams geregeld:
- ‘ons eigen’ mobiele team, bestaande uit (orthopeed) Dr. Hung, Dr. Dao (plastisch chirurg), Dr. Ly (anaesthetist), Mr. An (coördinator) en ik.
- een medisch team van het N.I.P (National Institute of Pediatrics in Hanoi), bestaande uit o.a. een uroloog, een hazenlip specialist, een algemeen chirurg, en een anaesthetist (we zijn op dit moment nog in onderhandeling over wie er precies meegaan).
“Ons team’ zal vooruit reizen omdat Dr. Hung en Dr. Dao voor het eerst (in de geschiedenis!) in een streekziekenhuis / gezondheidspost gaan opereren. Normaal wordt er alleen geopereerd in het Provincial Hospital in Lai Chau (en stel je daar weinig van voor, ook daar ontbreekt het aan heel veel…). Dr. Hung is er een groot voorstander van om de operaties waar mogelijk ter plekke uit te voeren. Hij heeft in kaart gebracht wat ze nodig zullen hebben (ik nam vanuit Nederland een hele kist instrumenten mee en kwam bijna niet meer uit Hong Kong airport met die kist….) en de rest nemen we mee uit Hanoi. Met het busje. Daar waar het ‘pezen’ en ‘huid’ betreft mag ter plekke geopereerd worden. Op het moment dat er ‘in botten’ gewerkt moet worden, mag dat niet en reizen we naar Lai Chau Hospital. Een regel waar onze chirurgen het niet mee eens zijn, maar zich aan dienen te houden. De operaties van ‘ons’ team waar ik mee meereis, vinden plaats in Sin Ho. Zoek het voor de gein maar eens op met Google Earth. Het tweede team (N.I.P) komt een paar dagen later aan en reist naar Lai Chau. Daar reizen we dan ook heen en ook daar zullen Dr. Dao en Dr. Hung opereren.



Ik zou tegen de tijd dat deze 189 operaties worden uitgevoerd al thuis zijn. Maar ik heb besloten te blijven. Niet omdat ik nodig ben, want dat ben ik uiteraard niet. Maar omdat ik wil laten zien en vertellen wat hier gebeurt. Probeer wat mensen ervan te overtuigen dat we dit initiatief moeten ondersteunen. Ik ben niet vaak zo volledig overtuigd geweest van de ‘klasse’ van een initiatief. Gaat het altijd goed? Nee. Sommige operaties, daar zijn de chirurgen niet tevreden over. Maar daarover zijn ze eerlijk. En ik heb ze zien opereren. Ik ken de omstandigheden op de OK’s (vaak geen hartbewakings- of beademingsapparatuur, stroomuitval, hitte), ik weet wat voor lange dagen ze maken, ik weet hoeveel moeite er is gedaan om patiëntjes te bereiken (zelfs het leger heeft deze keer geholpen!), ik wéét nu uit welke omstandigheden die kinderen komen en dat ze zonder onze hulp geen schijn van kans hebben op een operatie… en ik zág de verbeteringen met eigen ogen. Kortom, ik voel me nogal betrokken.
En ja, ik kan niet anders: we hebben geld nodig. De operaties van deze 189 kinderen, dat gaat € 61,00 per kind kosten. Let wel, dat is inclusief álles: de huur van twee medische teams, het busje, vervoer, eenvoudige hotels (Zie je Nederlandse chirurgen een krap bed delen? Hier zonder problemen!), eten, de middelen etc. Ik wil dat voor de zekerheid afronden naar € 70,00 omdat ik weet dat er onvoorziene omstandigeheden komen, dat is altijd zo. Vaak meer patiëntjes. Of extra middelen die we ter plekke moeten regelen.
Dus: 189 x € 70,00 = € 13.230,-hebben we nodig. De operaties gaan door, die willen we niet uitstellen, maar een bijdrage is zeer welkom. Duniya zit straks met het revalidatiecentrum op hoge kosten en ook ons project in India draait op volle toeren.
Helpen? Op duniya.org vind je onze (bank)gegevens.
Ik reis dus weer mee en ga een paar patiëntjes volgen om jullie straks te kunnen laten zien dat hier wat belangrijks gebeurt.
MEER ZIEN? FOTO’S OF VIDEO?
Als je er nog geen genoeg van hebt: ik heb een klein filmpje gemonteerd waarin je de screening kunt zien. Let wel: het is gefilmd met mijn telefoon (!) dus verwacht geen uitzendkwaliteit. Tip: laat het filmpje eerst helemaal laden (duurt even!) anders gaat de muziek haperen…
LINK NAAR FILMPJE: klik hier >>>
Hieronder kun je nog een selectie beeld zien.
Naschrift:
Zonder dat ik dat wist heeft de krant in Friesland mijn verhaal vandaag (22/4) opgepikt. Mooi! Zo bereiken we meer mensen en – wie weet – levert het donaties op.